Vlaanderen

19-1-2015

​Rationale

De curriculumdocumenten van Vlaanderen bevatten geen centrale visie, maar wel een aantal uitspraken die richting geven aan het curriculum en het onderwijs dat men ambieert:
Het Vlaamse onderwijs is inclusief participatief, dat wil zeggen dat ieder leerplichtig kind recht heeft op onderwijs.

Het lager onderwijs heeft als doel leerlingen te ondersteunen bij het geleidelijk uitbouwen van hun persoonlijk leven en hun –latere- kritisch-creatief functioneren in de samenleving, rekening houdend met verschillen in persoonlijkheid, talenten en achtergrond.

De basisvorming heeft als hoofddoelen de leerlingen voor te bereiden om op een zinvolle en authentieke wijze te functioneren en te participeren in de samenleving.

Het Vlaamse onderwijs kent een sterke vorm van autonomie, waarbij lokale structuren bepalen hoe het onderwijs wordt ingericht. Hiermee heeft de Vlaamse overheid het onderwijs een impuls tot verbetering willen geven. Over de PISA resultaten is men in Vlaanderen erg te spreken: zo vindt men de resultaten over het algemeen buitengewoon goed en rekent men zichzelf tot de Europese landen met de hoogste PISA scores. Er wordt niet gesproken over de gewenste PISA positie, maar wel wordt geconcludeerd dat opkomende Aziatische landen een bedreiging zouden kunnen vormen voor de huidige positie.

Doelen en inhouden

De Vlaamse overheid heeft eindtermen (ook wel ontwikkelingsdoelen genoemd) en basiscompetenties benoemd. Dit zijn minimumdoelen waar de school naar moet streven om in het onderwijs ten minste aan bod te laten komen. De eindtermen zijn voor de verschillende vakken of leergebieden beschreven op het niveau kennis, inzichten en vaardigheden. Daarnaast zijn er aparte beschrijvingen voor attitudes en een leergebiedoverstijgende (basisonderwijs) en vakoverstijgende (basisvorming en voortgezet onderwijs) eindtermen als ‘leren leren’ en ‘sociale vaardigheden’. De reden voor deze twee aparte sets eindtermen komt voort uit de overtuiging dat het meten van attitudes en leergebied-/vakoverstijgende eindtermen niet altijd evident is. De vakoverstijgende eindtermen zijn in 2010 opnieuw geordend in gemeenschappelijke stammen en zeven contexten. In een gemeenschappelijke stam bevindt zich een aantal sleutelcompetenties. Bijvoorbeeld de stam ‘creativiteit’ bevat sleutelcompetenties als ondernemen en innoverend zijn, soepele geest hebben en inventief zijn. In de contexten kan men per stam die eindtermen plaatsen die typisch zijn voor die context.

De eindtermen (dus ook die voor de leergebieden en vakken) zijn veelal beschreven als ‘leerlingen kunnen …’ en zijn per leergebied ingedeeld. Deze leergebieden worden echter vooral gebruikt als structuur om de eindtermen in op te nemen, het is geenszins een opgelegde structuur voor de inrichting van het onderwijs op schoolniveau. De school heeft de vrijheid om zelf de lessentabel en de indeling van de vakken te bepalen. De eindtermen worden door de school gebruikt om een schoolwerkplan te maken, waarmee het kan aantonen dat zij de streeft naar het aanleren van deze minimumdoelen. Meer dan alleen de eindtermen behandelen is de bedoeling, waarbij de school ook weer zelf keuzes mag maken. De Vlaamse overheid stelt dat de eindtermen alle scholen een gemeenschappelijk referentiepunt geeft, waarmee elke school op basis van haar eigen identiteit eigen accenten kan leggen.

Er bestaan verschillen tussen de eindtermen van de schooltypen en de verschillende leergebieden. Voor sommige leergebieden zijn de eindtermen tamelijk gedetailleerd beschreven, terwijl voor andere ze veel globaler zijn opgesteld. De vrijheid die leraren binnen de scholen hebben om het curriculum zelf in te vullen hangt dan ook af van de mate van gedetailleerdheid van de eindtermen die bij een leergebied horen.
 

​Leergebied/ vakoverstijgende eindtermen (VOET)

​Leergebieden en vakken

​Basisonderwijs:

  • ICT vaardighedenl
  • Leren leren
  • Sociale vaardigheden

De stammen voor het secundair onderwijs (18 in totaal), waaronder:

  • Communicatief vermogen
  • Creativiteit
  • Doorzettingsvermogen
  • Empathie
  • Esthetische bekwaamheid
  • Exploreren
  • Flexibiliteit
  • Initiatief nemen
  • Kritisch denken
  • Mediawijsheid
  • Open en constructieve houding
  • Respect
  • Samenwerken
  • Verantwoordelijkheid nemen
  • Zelfbeeld
  • Zelfredzaamheid
  • Zorgvuldigheid
  • Zorgzaamheid

De contexten voor het secundair onderwijs (7 in totaal):

  • Lichamelijke gezondheid en veiligheid
  • Mentaal welbevinden
  • Socio-relationele ontwikkeling
  • Omgeving en duurzame ontwikkeling
  • Politiek-juridische samenleving
  • Socio-economische samenleving
  • Socio-culturele samenleving

​Basisonderwijs:

  • Frans
  • Lichamelijke opvoeding
  • Nederlands
  • Wereldoriëntatie
  • Wiskunde

Secundair onderwijs (Afhankelijk van 1e, 2e of 3e graad en stroom):

  • Aardrijkskunde
  • Artistieke opvoeding
  • Geschiedenis
  • Lichamelijke opvoeding
  • Natuurwetenschappen
  • Nederlands
  • Techniek
  • Wiskunde
  • Maatschappelijke vorming
  • Moderne vreemde talen (Frans en Engels)

 

De overheid stelt dat de eindtermen reflectie mogelijk maken op het aanbod en de evaluatie binnen de school. Aan de aanbodzijde leveren de eindtermen informatie over de invulling van het schoolcurriculum, aan de achterzijde kunnen ze benut worden voor het opstellen van de schoolexamens.

Totstandkoming van het curriculum

De aanleiding om het curriculum te herzien was de onvoldoende waarborging van maatschappelijk relevante inhouden in de bestaande vakken. Met name de sleutelcompetenties, die voortkomen uit de aanbevelingen voor levenslang leren van de Europese Unie kwamen onvoldoende aan bod. Daarnaast was het curriculum overladen en lagen er verschillende claims om aandacht te besteden aan thema’s als gezondheid, burgerschap en milieu.

De federale overheid voert geen regelgeving op het gebied van onderwijs en onderwijsinhoud, dit wordt volledig overgelaten aan de autonome gemeenschappen. De centrale Vlaamse overheid is verantwoordelijk voor het opstellen van de eindtermen, welke een redelijk hoge abstractiegraad hebben. De sturende autoriteit is hiervoor het Agentschap voor Kwaliteitszorg. Zij maken samen met vertegenwoordigers van de grote onderwijskoepels een voorstel dat vervolgens aan de Vlaamse Onderwijsraad wordt voorgelegd. Leraren en schoolleiders worden niet rechtstreeks bij dit proces betrokken maar zijn vertegenwoordigd via de Onderwijsraad. Bij het opstellen van de eerste set eindtermen in de jaren 90 was wel een brede vertegenwoordiging uit het veld betrokken, doorgaans steeds op persoonlijke titel. Men ervoer echter niet dat hier het eigenaarschap door versterkt werd. De huidige constellatie doet dat beter. Bij relatief kleine aanpassingen maakt men gebruik van commissies van beperkte omvang, bij grotere voegt men daar soms experts op uitnodiging aan toe.

Met de per leergebied opgestelde eindtermen (die fungeren als minimumdoelen) hebben scholen feitelijk een grote mate van autonomie. Zij mogen zelf besluiten over de keuze van onderwijsmethoden en de invulling van leerplannen, lesroosters en personeel. Deze leerplannen, die door schoolbesturen worden bepaald, concretiseren de eindtermen tot onderwijsdoelen.

Leraren in Vlaanderen vinden dat de eindtermen te gedetailleerd en te omvangrijk zijn. De curricula worden als te overladen en voorschrijvend ervaren. Wat betreft de vakoverstijgende eindtermen hebben de leraren minder weerstand wat betreft de invulling ervan. Een meerderheid geeft aan met de vakoverstijgende eindtermen te werken. Bijna twee derde van de leraren stelt dat deze eindtermen hen stimuleert om meer dan voorheen samen te werken. De overladenheid en mater van gedetailleerdheid lijkt dan ook vooral van toepassing te zijn op de eindtermen van de klassieke vakken en leergebieden.

Evaluatie van de leeropbrengsten

Vlaanderen kent geen centrale examinering of nationale toetsen. Elke school maakt eigen toetsen en bepaalt op grond van de resultaten van de leerlingen - in zogenaamde ‘klassenraden’ – welke leerlingen het getuigschrift behalen. Hiervoor maken scholen gebruik van de eindtermen die zijn opgesteld. Daarnaast voert de overheid jaarlijks representatieve steekproeven uit om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te bepalen. Deze steekproeven worden ‘peilingen’ genoemd. Op grond van de peilingen en inspectiebezoeken kunnen scholen worden aangesproken op het niet voldoende streven naar het halen van de eindtermen als minimumdoelen. Leraren en leerlingen worden niet direct op de kwaliteit van het onderwijs aangesproken.

Naast nationale metingen om de kwaliteit van het onderwijs vast te stellen participeert Vlaanderen ook in internationale metingen. Vlaanderen scoort goed in PISA. In Vlaanderen wordt de score als voldoende gezien, nergens wordt gerept over het willen verbeteren om nog beter te scoren. Wel wordt gewaarschuwd voor ‘het gevaar’ van de snelle ontwikkeling van Aziatische landen.

Evaluatie van het curriculum

Er is in Vlaanderen geen regel die stelt binnen welke termijn curricula herzien moeten worden. Een aanleiding om het curriculum te herzien is vrijwel altijd op grond van een politieke vraag of behoefte. Momenteel wordt de basisvorming herzien op grond van de Europese sleutelcompetenties waar de overheid graag bij aansluit. Het huidige curriculum heeft 20 jaar dienst gedaan en is op punten herzien.

Vlaanderen hanteert geen set van criteria waar een curriculumherziening aan moet voldoen.