Buitenlandse curricula

16-1-2015

Een van de taken van SLO is het verkennen van curriculumontwikkeling in verschillende landen. Doel van deze verkenningen is onder andere meer zicht krijgen op overwegingen van deze landen om het curriculum te herzien, op de keuzes die zij gemaakt hebben ten aanzien van het nieuwe curriculum, en op de wijze waarop de herziening heeft plaats gevonden. Een recente verkenning voor het ministerie van OCW richt zich op Australiƫ, Finland, Noorwegen, Schotland en Vlaanderen. In deze landen is het curriculum voor het funderend onderwijs recentelijk herzien. Per land worden de volgende vragen onderzocht:

  1. Rationale
    Vanuit welke motieven is het curriculum herzien? Welke functies moet het herziene curriculum vervullen?
  2. Doelen en inhouden
    Welke doelen worden nagestreefd en welke leergebieden staan centraal?
  3. Totstandkoming van het curriculum
    Op wijze is het beoogde curriculum tot stand gekomen en welke partijen zijn daarbij betrokken geweest?
  4. Sturing
    Voor welke vormen van sturing is gekozen en welke overwegingen liggen daaraan ten grondslag?
  5. Evaluatie van de leeropbrengsten
    Hoe wordt zicht gehouden op het uitgevoerde en gerealiseerde curriculum?
  6. Evaluatie van het curriculum
    Welke systematiek wordt gehanteerd voor periodieke herziening van het beoogde curriculum?