Sector
  • Po
  • Vmbo onderbouw
  • Havo onderbouw
  • Vwo onderbouw
  • Gymnasium onderbouw
Leerplankundig thema
  • 21e eeuwse vaardigheden
  • Kritisch denken
Trefwoorden
  • Kritisch denken
  • 21e eeuwse vaardigheden

Een voorbeeldmatig leerplankader

25-5-2016

Een leerling is een kritisch denker als hij uit gewoonte nieuwsgierig is, goed geïnformeerd wil zijn en informatie wil ontvangen, een open houding heeft, flexibel is en zich bewust is van mogelijke persoonlijke vooroordelen. Een kritisch denker is eveneens zorgvuldig bij het nemen van beslissingen, bereid om te heroverwegen, ordelijk in complexe zaken. Hij zet zich in om relevante informatie te zoeken en juiste criteria te kiezen en streeft naar resultaten die zo nauwkeurig zijn als het onderwerp en de omstandigheden van het onderzoek vragen.

Een leeractiviteit is gericht op kritisch denken als gewerkt wordt met zinvolle taken, die leerlingen uitnodigen om kritische denkvaardigheden in te zetten en een onderzoekende, open houding aan te nemen. Daarbij is het ook van belang dat er aandacht is voor reflectie en zelfregulerend vermogen. Een taak is zinvol als de leerlingen uitgedaagd worden om buiten hun eigen overtuiging te kijken, het gepresenteerde probleem realistisch is en gerelateerd is aan iets dat op dat moment ook echt speelt in de wereld, in de nabije omgeving of bij de leerling persoonlijk. De opdracht moet zo vormgegeven worden, dat de leerling uitgedaagd wordt om daadwerkelijk een beargumenteerd oordeel te geven.

Kritisch denken vraagt om actieve participatie van leerlingen. Informatie kritisch interpreteren, analyseren, evalueren, concluderen en uitleggen leidt tot een beter begrip dan het op een passieve manier opnemen en reproduceren van informatie. Ook interactie tussen leerlingen (en tussen leerlingen en docent) is van belang voor de ontwikkeling van kritisch denken. Hierdoor leren zij gebruik te maken van kennis van anderen, open te staan voor andere meningen en deze mee te wegen in de eigen standpuntbepaling.

Domeinspecifieke kennis en vaardigheden zijn essentieel voor kritisch denken: een leerling heeft inhoudelijke achtergrondkennis nodig over een bepaald onderwerp om doordacht te kunnen reflecteren op het onderwerp en hij moet weten welke contextuele criteria van toepassing zijn bij het specifieke onderwerp en welke vakvaardigheden van belang zijn.

Het is zinvol om kritisch denken in veel onderwijsactiviteiten een plaats te geven. Afhankelijk van het domein of onderwerp en van de leeftijd en capaciteiten van de leerling kan kritisch denken een plaats krijgen in het onderwijs. Groei van leerlingen wordt bewerkstelligd door een opbouw in de complexiteit van taken. De complexiteit van een taak kan variëren op basis van een aantal factoren, zoals de context (concreet of abstract, meer of minder leerlingnabij), de formulering, het aantal denkstappen, de mate van sturing en begeleiding en het al dan niet een beroep doen op voorkennis. Door aandacht voor reflectie en zelfregulerend vermogen kunnen leerlingen zich bewust ontwikkelen in de denkvaardigheden en de houdingsaspecten. Gezien het belang van zelfregulerend vermogen (zie o.a. Thijs, Fisser & van der Hoeven, 2014), ook in relatie tot kritisch denken, is dit als een afzonderlijke vaardigheid uitgewerkt.

In onderwijs dat gericht is op de ontwikkeling van kritisch denken moeten onderstaande aspecten van kritisch denken in samenhang aangeboden worden, het behandelen van alleen de deelvaardigheden leidt niet automatisch tot kritisch denken. Onderstaande opsomming moet niet geïnterpreteerd worden als stappenplan, het is een overzicht van aspecten waaraan bij de vormgeving van lesactiviteiten en taken ten behoeve van kritisch denken gedacht kan worden.

Kritisch denkenDe leerling…

Interpreteren

Kan een onderwerp met eigen kennis en nieuw verworven informatie duiden

Analyseren

Kan benodigde informatie verwerven, ordenen en structureren
 Kan gevonden informatie beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit
 Kan betekenisvolle vragen stellen

Evalueren

Kan (vakinhoudelijke) argumenten of criteria gebruiken voor een waardering van of mening over een onderwerp
 Kan belangen van mensen of groepen onderscheiden en brengt deze in verband met een ingenomen standpunt
 Kan zich verplaatsen in opvattingen, waarden en motieven van anderen
 Kan opvattingen, waarden en motieven van anderen vergelijken met die van zichzelf
 Kan ingenomen standpunten herkennen
 Kan vooroordelen herkennen

Concluderen

Kan conclusies trekken op basis van alle relevante informatie
 Kan aangeven welke consequenties volgen uit de conclusies
​Accepteert kritiek van anderen en weegt die kritiek

Uitleggen / beargumenteren

Kan de conclusie beargumenteren of onderbouwen
​Kan uitleggen hoe het uiteindelijke oordeel tot stand is gekomen

​Houding

​Heeft een onderzoekende houding
​Wil goed geïnformeerd zijn
​Heeft vertrouwen in het eigen vermogen tot redeneren
​Staat open voor verschillende wereldbeelden
​Accepteert dat iemand een andere mening kan hebben
 Gaat respectvol om met de mening van anderen
 Is zich bewust van mogelijke persoonlijke vooroordelen
​Is zorgvuldig in oordelen
​Is bereid om eigen zienswijzen te heroverwegen of te herzien


 

Contactpersoon