Communiceren, voorbeeldmatig leerplankader

22-11-2017

Bij communicatie is altijd sprake van twee partijen. Dit kunnen individuele personen zijn, die al dan niet in elkaars nabijheid zijn en al dan niet onmiddellijk op elkaar reageren, maar er kan ook sprake zijn van grote aantallen deelnemers (denk aan internet en sociale media). Communicatie kan gaan over feitelijke informatie, maar daarnaast communiceren mensen ook over gedachten, ideeën, kennis, waarden, houdingen en intenties.

Redeker (1999) ziet communicatie als het creëren van gemeenschappelijke betekenis. Zij benadrukt dat de betekenis altijd afhangt van de context en van de kennis en verwachtingen van communicatiepartners. De context is geen ‘schil’ om de communicatie heen, maar “… context en communicatie doordringen elkaar, en hetzelfde geldt voor talige en niet-talige communicatie".

Leren communiceren

Leren communiceren is een belangrijk onderwijsdoel. Uiteraard is communicatieve vaardigheid een van de hoofddoelen van taalonderwijs, maar ook in alle andere vakken en leergebieden speelt communicatie een rol. Ieder vak kent een eigen manier van communiceren en een specifieke manier van taal gebruiken. Het is zinvol om hier gericht aan te werken. Communiceren is daarnaast een belangrijk aspect van 21e-eeuwse vaardigheden waarvoor in het onderwijs aandacht moet zijn, zoals samenwerken en sociale en culturele vaardigheden. Ook de verschillende digitale vaardigheden hebben alles te maken met communicatie. Ten slotte is communiceren essentieel bij persoonsvorming en de ontwikkeling van burgerschap.
Communicatie is niet alleen als doel, maar ook als middel aanwezig in het onderwijs. Onderwijs ís communicatie, zou je haast kunnen zeggen. Door actief te communiceren over onderwijsinhouden vormen leerlingen concepten, leggen zij verbanden en ontwikkelen zij begrip.

Gedurende hun hele onderwijsloopbaan blijven leerlingen hun communicatieve vaardigheden ontwikkelen. In het onderwijs is gerichte aandacht nodig voor inhoud, vorm en aanpak van communicatie, in relatie tot communicatieve doelen en contexten. Een rijke leeromgeving laat leerlingen veel communiceren over betekenisvolle inhouden. Daarbij is er plaats voor feedback en reflectie.

Groei in communicatieve vaardigheid houdt in dat leerlingen

  • steeds meer verschillende en complexere communicatieve taken kunnen uitvoeren, in steeds meer contexten;
  • daarbij over een steeds groter repertoire aan communicatieve middelen en strategieën gaan beschikken en deze steeds adequater gaan gebruiken;
  • communicatieve situaties en doelen steeds bewuster gaan onderscheiden en communicatiemiddelen steeds bewuster gaan hanteren.

Andere vaardigheden en houdingsaspecten bij communicatie

Bij directe communicatie tussen twee of meer deelnemers (interpersoonlijke communicatie) spelen naast talige vaardigheden ook andere persoonlijke en interpersoonlijke vaardigheden en houdingsaspecten een grote rol. Hier is uiteraard een sterk verband met sociaal-culturele vaardigheden.

Voor succesvolle communicatie is van belang dat de deelnemers:

  • zichzelf kunnen presenteren;
  • kunnen luisteren;
  • de dialoog kunnen aangaan;
  • hun gedrag op de situatie kunnen afstemmen;
  • kunnen omgaan met spanningen en communicatieproblemen;
  • inzicht hebben in taal en communicatie, waaronder meertaligheid;
  • inzicht hebben in de eigen communicatieve vaardigheden.

Belangrijke houdingsaspecten zijn hierbij:

  • zelfvertrouwen, vertrouwen in eigen communicatieve vaardigheid;
  • betrokkenheid bij de ander en bij het onderwerp van communicatie;
  • empathie, openstaan voor anderen;
  • respect voor anderszijn, andere culturele waarden en normen.
Communiceren​De leerling kan:
​boodschappen overbrengen en begrijpen​communicatie gebruiken voor een breed scala aan doelen (bijvoorbeeld informatie uitwisselen, emoties overbrengen, anderen overtuigen of motiveren)
​storingen in de communicatie signaleren en waar nodig de aanpak bijstellen
​omgaan met verschillende communicatieve situaties en communicatiepartners​uitingen hanteren die passend zijn voor de situatie, de communicatiepartner(s) en het doel van de communicatie
​communicatiemiddelen hanteren​een passend communicatiemiddel kiezen en gebruiken (talig/niet-talig, gesproken/geschreven, al dan niet digitaal)
​gebruik maken van de mogelijkheden van ICT en technologie​verschillende media en technologische hulpmiddelen gebruiken en de effectiviteit daarvan beoordelen
​HoudingDe leerling toont:
​zelfvertrouwen, vertrouwen in eigen communicatieve vaardigheid
​betrokkenheid bij de ander en bij het onderwerp van communicatie
​empathie
​respect voor andere visies, uitingen en gedragingen